Vertrouwen in de toekomst

We zijn een ruime week verder en het stof begint neer te dalen. Het regeerakkoord dat de vier heren op Prinsjesdag presenteerde is inmiddels door zo’n beetje heel opiniërend Nederland van kritiek voorzien. En omdat ik mezelf schaar onder ‘opiniërend Nederland’, bij deze;

Als communicatiestichting hebben wij geen kaas gegeten van politiek, noch van macro-economische theorieën. Ik zal dan ook niet pretenderen hier wat vanaf te weten en ook zal ik geen commentaar leveren bij de financiële maatregelen van Rutte III. Maar waar wij wél wat vanaf weten, is hoe publieke opinie gevormd wordt en wat het belang hiervan is in de transitie naar een duurzame wereld.

Want dat is wat Rutte III beweert: ‘volle kracht vooruit naar een duurzaam Nederland’. Er wordt verantwoordelijkheid genomen voor de gemaakte afspraken van Parijs, sterker nog, Rutte III wil enkele doelstellingen aanscherpen. Er komt namelijk een nationaal klimaat- en energieakkoord. Maar als er inhoudelijk gekeken wordt naar de voorgestelde maatregelen, begint zich een ander beeld te vormen dan de bewering van Rutte III, namelijk: ‘vol door ’t midden, daarna rechtsaf. De gewone Nederlander wordt groen!’

Er staan wel degelijk een aantal game changers in de plannen van Rutte, ook op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Zo wordt er een minimumprijs voor CO2 in de energiesector ingevoerd (goed idee!), er komt een kilometerheffing op vrachtwagenvervoer (ook een goed idee!) en de kolencentrales worden gesloten (het beste idee!). Echter, de centrales worden wel pas (uiterlijk) in 2030 gesloten. Dat terwijl de consensus onder experts ons zegt dat vijf jaar eerder ook best mogelijk is.

Dat ‘vooruitschuiven’ van problemen is iets waar Rutte goed in is. Sterker nog, het vormt het fundament van het hele regeerakkoord. Een goed voorbeeld hiervan is de voorgestelde manier om emissiereductie te verwezenlijken in onze industriële sector. Want van de 56 Mton CO2 die we in uitstoot moeten verminderen (ten opzichte van 1990), komt 23 Mton CO2 van de industrie. Oftewel, zo’n 41 procent van de uitstootvermindering moet van industriële bedrijven komen. Reden genoeg dus voor een harde aanpak!

Een logische gedachte daarbij zou zijn: we gaan onze productieprocessen duurzaam inrichten, zodat we uitstoot verminderen. Maar dat is niet de gedachtegang van Rutte III geweest. Nee, het productieproces blijft onder Rutte III nét zo vervuilend, alleen gaan we al die onwenselijke afvalstoffen verstoppen, onder de grond, in hele grote kelders. ‘Uit het oog, uit het hart’, is de redenering denk ik geweest. Deze ondergrondse opslag zou goed moeten zijn van voor meer dan 73% procent van de reductie in de industrie, maar lijkt eerder een schijnoplossing dan de structurele aanpak van het probleem.

image

Misschien is het idee van Fokke en Sukke – in 2008 al geopperd – nog niet eens zo gek… Het is in ieder geval net zo innovatief als het idee van ondergrondse opslag.

Opvallend is sowieso dat vrijwel heel ondernemend Nederland goed wegkomt met het klimaatbeleid van Rutte III en haar financiële consequenties. Het beleid is dusdanig ingericht dat er wordt vertrouwd op duurzame innovatie, in plaats van de grootvervuilers te straffen.

Maar als de voorgestelde maatregelen niet onze industrie treffen, wie treffen ze dan wel? Veel van de maatregelen hebben betrekking op de bebouwde omgeving en de transitie van gas naar (groene) elektriciteit. Maatregelen die gevolgen hebben voor de woningmarkt, en dus voor de portemonnee van de ‘gewone Nederlander’.

Het lijkt alsof Rutte III maar bar weinig heeft geleerd van eerder gemaakte fouten. Het ontbreekt aan een eenduidige visie. Er mist een stip aan de horizon. Uit angst foute beslissingen te maken, beslissen de vier formerende partijen liever helemaal niets, want dan weet je tenminste zeker dat je je achterban niet kwijtraakt. ‘Vertrouwen in de toekomst’ noemen ze het, door zo min mogelijk te veranderen aan het heden.

Leave a Comment

Laat van je horen!

Wil je wat van ons weten? Vraag maar raak!

Start typing and press Enter to search